De langste adem

De eerste keer dat ik haar zag, was ze nog een klein meisje van amper zeven jaar oud. Ze fietste, al zwabberend, voor me langs over de stoep en wist nog net mijn boodschappentas te ontwijken die ik voor de deur had neergezet. Terwijl ik de sleutel uit mijn jaszak haalde en in het slot stak, keek ze glimlachend achterom. Een zekere mate van trots dat het haar gelukt was te slalommen, interpreteerde ik verkeerd. Ik vond dat ze naar me lonkte.

Het is toen begonnen. Maar omdat het woord een nare bijklank heeft, noem ik mezelf geen pedofiel, maar een kinderliefhebber. De kinderliefhebber in mij was geboren. Ik bivakkeerde dagenlang achter mijn raam, turend naar de straat waarover zij fietste. Ik had het plan opgevat om naar buiten te sprinten en haar aan te spreken zodra ik haar zag. Ik moest toch tenminste een naam weten.
Dat moment brak aan op een mooie winterdag. De zon smeerde al bijna haar laatste stralen over het landschap uit. Ze kwam op hetzelfde roze fietsje aangereden, over de stoep. Mijn hart maakte een sprongetje bij het zien van de lange vlechten en ik was net op tijd buiten om haar stuur te grijpen en de glimlach plaats te zien maken voor een grimas. Dat ze bang voor me was, zag ik niet. Dat ze gilde toen ik haar mijn woning in sleurde, hoorde ik niet. Ik vond dat ze joelde van plezier.
Het ritueel herhaalde zich een aantal maal in de jaren die volgden. En toen, even plotseling als ze in mijn leven was verschenen, zag ik haar niet meer.

“Meneer Van der Pas?” Ik knik naar de zuster die in de kamer is verschenen. “Wat ben ik blij dat ik u tref, want ik heb zo lang naar dit moment uitgekeken.” Een knipoog en dan die glimlach die ik zo gemist heb. Een glimlach die verhuisd is naar het gezicht van een oude vrouw.
“Sofie?”
Ze haalt niet alleen een spuit tevoorschijn die in mijn arm verdwijnt en me meteen verlamt, maar ook een dikke staaf die door kan gaan als stoelpoot. “Wat is het toch heerlijk dat tijden kunnen veranderen.”
Ik hoor mezelf krijsen en smeken.
Ach, schatje, heb je er zoveel zin in? Nog even geduld hoor, dan mag je kennismaken met mijn paal.” Ik kan de ironie niet waarderen dat ze mij citeert, veertig jaar na dato.

SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *