Harm miste de trein

Harm miste de trein. En dat was spijtig, want doordat hij niet op de voorbestemde plek in de achterste coupé belandde, kon hij geen kennismaken met de liefde van zijn leven: Saar. Saar was op weg van Amsterdam naar Parijs om auditie te doen voor een rol in een balletuitvoering. Ze zou die rol krijgen en dus verhuizen naar Parijs. Gedurende de treinreis, tussen Amsterdam en Roosendaal, zouden Harm en Saar aan de praat raken en vrijwel direct zou een niet meer te doven vlam overslaan.

Telefoonnummers werden uitgewisseld. Harm verbleef weekend na weekend in Parijs, in haar te kleine kamer. Tijdens de kerstvakantie was Saar te vinden in zijn Amsterdamse studentenflat. Ze waren gelukkig en brachten elke vrije minuut met elkaar door. Familie en vrienden wachtten geduldig af wanneer de bruiloft aangekondigd werd.

Dat alles ging aan Harms neus voorbij door de trein te missen.

Maar het verhaal gaat verder. Want omdat hij de trein miste, kon iemand anders plaatsnemen naast Saar. Een jonge kerel met stoppelbaard en pilotenzonnebril, het type waarvoor vrouwen op hun hoede moeten zijn. Een casanova en prima in staat om Saar tot aan Rotterdam compleet te overstelpen met liefdesverklaringen. Geen enkele vrouw zou daartegen opgewassen zijn, hoe doordrenkt ook van de slechte intenties van de man, en zo liet Saar zich inpakken door Ralphienne. Dat zijn naam Frans was en zij op weg was naar Parijs, dat werkte in zijn voordeel. Dat hij haar goede restaurants en clubs kon aanbevelen in Parijs, was voor Saar een teken dat hij een man van de wereld was.

Saar en Ralphienne werden een koppel. Voor zover Saar dat dacht tenminste, want Ralphienne had in iedere stad een ander liefje. Vrienden en familie van Saar hadden dat vermoeden al en wachtten ongeduldig af wanneer Ralphienne tegen de lamp zou lopen. Dat dat niet gebeurde en erger nog, hij Saar ten huwelijk vroeg, was het begin van een leven dat Saar niet verdiende. Ze trouwden, kregen twee zoons die Charly en Héro heetten, en vestigden zich in een buitenwijk van Parijs.
Het huwelijk werd niet wat Saar ervan verwacht had. Avondenlang zat zij alleen thuis, met twee kleine koters, terwijl haar casanova zijn amoureuze uitspattingen vierde in diverse nachtclubs en casino’s. Hij bracht op een bepaald moment niet alleen hoeren mee naar huis, maar ook enorme gokschulden. Het mag duidelijk zijn dat Saar, toch een Nederlandse nuchtere, dit niet pikte en haar biezen pakte. Ze trok in bij een vriendin, in het centrum van Parijs, en sliep met twee kleine kinderen in een twijfelaar. Ze huilde nacht na nacht, vroeg zich af waar het mis was gegaan en kon het antwoord, dat wij wel paraat hebben, niet raden: HARM HAD DIE FUCKING TREIN GEMIST.

Het leven van Harm verliep al niet veel beter door deze stommiteit. Harm moest een trein later nemen naar Roosendaal en kwam daardoor niet op de geplande tien minuten voor zes aan op het station van Roosendaal, maar om tien minuten voor half zeven. Om tien minuten over zes was een overval gepleegd op een juwelierszaak in het centrum van Roosendaal en de vluchtende boeven hadden de trein van tien minuten voor half zeven in gedachten om naar Antwerpen af te reizen. De politie zat de overvallers op de hielen en trachtte hen staande te houden op het perron. De trein stopte, de deuren gingen open, één agent werd nerveus en loste een schot. Bedoeld om te belanden in het been of de voet van een overvaller. Het werd de voet van Harm die nietsvermoedend uit de trein stapte. Het was chaos, paniek, vluchtende mensen, nog meer politie en een ambulance. Dat heeft Harm niet meegemaakt, omdat hij bij het zien van zijn verbrijzelde voet bewusteloos raakte en pas weer bijkwam in het ziekenhuis. Zonder voet. Amputatie was een feit.

Doordat Harm de trein miste hebben we nu te maken met een jongen zonder voet, een gescheiden ballerina die haar carrière op moest geven om er voor haar twee kleine kinderen te zijn én twee overvallers die wisten te ontkomen. In het tumult sprongen de twee slungelige jongens namelijk voor de trein langs naar de andere kant van het perron en hielden een auto aan. Ze belandden echter niet in Antwerpen, zoals het oorspronkelijke idee was, maar in Parijs.

Het lot heeft een wrang gevoel voor humor, want ze kwamen terecht bij de zus van een van de overvallers. Diezelfde zus was de vriendin waar Saar was ingetrokken. Het appartement was klein en de muren waren dun, dus Saar hoorde alles. Ze wist van de overval, van de politie die op de verkeerde geschoten had en “dat zijn hele voet aan gort lag”. Bij het horen van die laatste zin greep ze automatisch naar haar eigen voeten die nooit meer zouden dansen. Zij niet meer dansen, maar de arme jongen niet meer normaal lopen. Ze had zo met hem te doen, voelde een verbondenheid die ze niet eerder ervaren had, dat ze besloot hem op te zoeken. Dat was niet heel ingewikkeld. Daarvoor waren een paar telefoontjes naar de ziekenhuizen in de omgeving van Roosendaal voldoende.
“Bent u familie?” vroeg de telefoniste.
“Ja, ik ben zijn zus. Ik woon in Parijs.”
“Oké. Hij maakt het goed naar omstandigheden, morgen mag hij naar huis.”

Saar wist genoeg en sprong meteen op de trein. Die ze níet miste. En doordat ze de trein niet miste, kwam ze op tijd in Roosendaal. De taxi naar het ziekenhuis was het probleem niet, de kamer vinden van de jongen die Harm heette ook niet. Wat wel moeilijk was, was op de deur kloppen en naar zijn bed lopen. Want hoe leg je aan een onbekende uit wat je komt doen aan zijn bed?
“Hoi, ik ben Saar en was balletdanseres in Parijs,” werd haar openingszin. In het bed lag Harm met zijn been omhoog. Aan het uiteinde een hoop verband waar ooit een voet zat.
“Het spijt me,” zei Saar automatisch, alsof het haar schuld was. Zo voelde het voor haar op dat moment wel.
“Ga zitten,” zei Harm, “jij hebt me toch niet beschoten?”
“Nee.” Twee glimlachen. Twee paar stralende ogen.
“Je was balletdanseres zei je?”

Dat uitwisselen van telefoonnummers kwam uiteindelijk nog goed. Een beetje later dan gepland, maar hen wachtte alsnog een gelukkig leven samen.