Zomaar een dag in het park

“Kom Nero, we gaan een stukje wandelen.” Dat zijn de toverwoorden waarmee Nellie haar hond in beweging weet te krijgen. Het voelt zwaar om hem mee te nemen naar de dierenarts waar hem een fatale injectie staat te wachten. Nero is zich er totaal niet bewust van, van de dood die hem te wachten staat, noch van de fouten die hij gemaakt heeft de afgelopen maanden. Zomaar een klein, wit hondje doodbijten en het daarna nog eens flikken met een kleiner, bruin exemplaar, was reden genoeg voor de politie om Nellie voor het blok te zetten.

Vandaag is de dag. De muilkorf gaat om bij Nero, ook al is het maar een klein stukje naar de dierenarts, en de deur zwaait open.

Daar gaat hij. Met zijn lange, tot aan de grond reikende jas en zijn gleufhoed op. Rechtstreeks uit een detective gestapt. Dat er een takshond aan zijn zijde mee trippelt, geeft hem een gedistingeerd voorkomen. Niemand weet dat hij naakt is onder zijn lange jas. Alleen al die gedachte windt hem op.

“Goedemiddag,” knikt hij naar een vrouw. Ze glimlacht vriendelijk terug. Als hij nu zijn jas zou openen en haar een blik zou gunnen op zijn genitaliën, zou ze steil achterover slaan. Dat weet hij zeker. Ze is echter het type dat niet zal gaan gillen en vandaag wil hij gekrijs horen. Hij klopt zachtjes tegen de revers van zijn jas aan. Die moet nog even dicht blijven.

“Doe je wel je jas aan als je naar buiten gaat?”

“Ja, mam,” roept Sam naar de keuken. De jas gaat plichtsgetrouw aan, maar ze laat hem wel open hangen. Een tikkeltje recalcitrant kun je Sam wel noemen. Ze is er trots op dat ze sinds enige weken behoort tot de lokale bond van de dierenbescherming en ze is erop gebrand om haar steentje bij te gaan dragen. In het buurthuis zal vandaag een spreker uit Denemarken zijn verhaal doen over het lot van de zeehonden in Europa. Dat wil ze niet missen en daarom neemt ze de kortste route, via het park.

Nellie passeert de vijver en merkt dat ze begint te beven. Lopen gaat steeds moeizamer. Hoe kan ze haar hond laten doden door een buitenstaander? Hoe kan ze dat toestaan? De hond die ze als pup heeft verzorgd, die lief en leed met haar heeft gedeeld, al veertien lange jaren. Nellie gaat aan de waterkant zitten, met Nero aan haar zijde en geeft de hond een aai over zijn bol.

“Het spijt me zo, jongen, dat ik niet meer voor je heb kunnen betekenen. We zitten in hetzelfde schuitje.” Nero trekt wat onrustig aan de lijn als er eenden langs zwemmen. Het is dat ogenblik, dat Nellie daar zo zit, dat een idee vorm krijgt in haar hoofd. Ze zal het niet toestaan dat een ander haar hond doodt. Ze gaat het zelf doen!

Opgewonden door dit nieuwe inzicht, houdt ze de riem strak vast en duwt ze Nero in het water. De arme hond weet niet wat hem overkomt en zijn eerste reactie is om eruit te springen. Maar Nellie is verrassend sterk, met hernieuwde kracht om haar plan door te zetten. De kop van de hond verdwijnt onder water met behulp van haar schoenen.

Het is voor Sam een schok om te zien hoe de vrouw de hond onder water duwt en de woede zet haar onmiddellijk in actie. De Deense spreker is subiet vergeten. Er moet een dier worden gered van de ondergang. Ze sprint naar de waterkant en geeft een harde karatetrap tegen het achterhoofd van de nietsvermoedende vrouw. Het effect is dat ze opzij valt in het gras. Het maakt Sam niets uit dat de vrouw bewusteloos is. Ze heeft alleen oog voor het dier dat wild uit het water schiet en bedremmeld op de waterkant zijn vacht uitschudt.

“Och, arme drommel, kom maar hier,” sust Sam. “Wat ben jij een mooie jongen, hoe heet je?” De hond piept een keer zachtjes. “Wat heb jij nu weer om je bek? Wat een wrede baas heb jij zeg! Kom maar hier, dan haal ik dat ding weg.” Het duurt even voordat Sam door heeft hoe de muilkorf bevestigd zit. Ze besluit de hond mee te nemen, ver weg van de sadist die hem wilde vermoorden.

Daar komt iemand aan. Een meisje met een hond. Ideaal. Hij strekt zijn rug en knoopt zijn jas open. Wanneer ze hem ziet en dichtbij genoeg is om naar zijn mooie onderlichaam te kunnen kijken, duwt hij zijn uitgezakte lichaam naar voren, het zonlicht tegemoet. Hij wacht vol spanning op het gegil en hoopt niet dat het meisje weg zal rennen zonder een kik te geven. Dat zou echt een teleurstelling zijn.

De aandacht verschuift direct van het meisje naar haar grote hond, want die komt vervaarlijk op hem af stormen. De tanden ontbloot, het kwijl druppend op de grond. Hij kan in een boom klimmen, als hij snel is, maar in die paar luttele seconden wordt het hem duidelijk dat de hond het gemunt heeft op zijn takshond en niet op hem.

“Kom, gauw Fiona,” zegt hij terwijl hij zijn takshond optilt. Net op tijd, zo lijkt het, want de grote hond neemt een sprong om het kleine dier te grazen te nemen. De tanden glimmen in het zonlicht, komen dichterbij. Hij tilt zijn hondje voor de zekerheid nog wat hoger. Hoog genoeg, zo blijkt nog geen seconde later, want de hond haalt het bij lange na niet. Maar dat is een troost die de man al gauw vergeten is wanneer het gebit van de hond belandt om zijn eigen klokkenspel. Oorverdovend klinkt zijn eigen gekrijs, een variant die hij nog niet eerder ervaren heeft in zijn leven als exhibitionist.

“De hond die dood had moeten zijn, maar gered werd door de goede bedoelingen van een dierenvriend, ontnam met één beet het wapen waarmee de potloodventer zijn dwangmatige, seksuele behoefte voltrok.” De media konden er geen genoeg van krijgen.

SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *