Route 77 – Week 4

In week 4 zijn we verder afgezakt naar Zuid-Italië, naar de hak en de wreef.

Omdat het kamperen ons wel is bevallen, zetten we eerst ons kampement op in Massafra, aan de Ionische Zee. Die plaats zei me niets, maar Tarante wel. Dat is namelijk waar de tarantula-spin haar naam aan te danken heeft. Als het over spinnen gaat, onthoud ik de kleinste details. (Je hoeft maar een bult op je hoofd te hebben en ik denk dat een spin eitjes onder je huid heeft gelegd.) Iedere keer dus netjes de schoenen uitgeklopt voor het aantrekken. En maar goed ook! Met eigen ogen heb ik een zwarte slang en een bruingrijze schorpioen gezien.
Als tweede plek kozen we een appartement in Diamante, om drie redenen: kijken of we verschil zagen tussen de Tyrreense Zee en de Ionische Zee (nope), vijf wasjes draaien (yes, schone kleren!) en de waterval in de grot bewonderen (magische plek).

Oh mijn god, die camping!

Hier moet ik toch even iets over kwijt. We zoeken graag campings uit die rustig, schaduwrijk en ruim zijn. Deze foto’s zijn genomen op en rond de camping in Massafra. Ziet er goed uit, toch? Maar…

…bij rustige campings in deze streken kom je al gauw uit bij de “skere” campings (zoals mijn dochter zou zeggen): armoedige campings. Net als de eerste camping in Gargano is deze camping ook eenvoudig en stoffig. Jezelf wassen is een must voordat je ’s avonds je slaapzak in rolt en elke ochtend sta ik kleren te soppen met zelf gekookt water. Er is namelijk geen warm water, behalve voor de douche waar je voor betaalt. We geloven gewoon niet wat je daarvoor krijgt. Geen knoppen om de douche warmer of kouder te zetten, maar gewoon één pielestraal heet water. Eko: “Je moet heen en weer rennen in de douche om nat te worden.”
We hebben hier vijf nachten gestaan, maar er is niet eenmaal schoongemaakt. Ik trok een wc door en had een pijp in mijn hand, terwijl het water achteruit de muur spoot. Zo’n camping dus.

Grond als beton
We krijgen de normale haringen niet in de harde grond en de zes rotsharingen met moeite. Toch maar meer rotsharingen gaan scoren bij een bouwmarkt in de buurt. Van plastic? “Werkt dat?” vragen we aan de verkoper. Hij haalt zijn schouders op. Zou moeten werken. Ze gaan de grond in, maar lang niet zo makkelijk en goed als de ijzeren gevallen. Hopen maar dat er geen tornado komt.

Niet muggenziften…
Ook hier weer insecten en bij vertrek heb ik alleen al op mijn benen 34 muggenbulten! Zelfs met lange broeken, dikke sokken en truien steken ze gewoon door je kleding heen. Het erge is niet alleen dat ik eruit zie of ik de mazelen heb, maar dat de bulten om de beurt gaan jeuken. De hele dag door jeuk, om gek van te worden!

En dan ook nog een schorpioen in je tent
De Italiaanse schorpioen is klein en grijsbruin en loopt gewoon in je tent rond, zonder dat je het doorhebt. Ik zag hem dan ook toevallig bij het opbreken van de tent. Zie je wel, schoenen uitschudden!

Wel leuk, dwergooruilen op de camping
Wat we op deze camping ontdekken, is dat het monotone piepgeluid van de eerste camping blijkbaar niet van een vuurtoren of alarm was, maar van een dwergooruil. Die komen voor in landen rond de Middellands Zee. Op de eerste camping was het zo eentonig en precies getimed, dat we niet eens dachten aan een vogel. We gingen wel op zoek naar de vuurtoren (om hem met een buks kapot te schieten), want het harde geluid verstoorde onze nachtrust aardig. Op de tweede camping horen we hetzelfde geluid met meer variatie in ritme en een tweede geluid op een andere toonhoogte. Zou het een vogel kunnen zijn? We zoeken op internet en komen uit op de dwergooruil. Blijkbaar gillen die de hele nacht. Wel beetje gek, de hele nacht “Ik zit hier! Ik zit hier!” roepen. Ik dacht dat die beesten goed konden zien in het donker ;). Nu we eenmaal weten dat het om een uil gaat, zijn we stiekem van het geluid gaan houden ;).

Massafra (hak van Italië)

Wat we in deze regio gedaan hebben:

  • Cripta Masseria Scarano en Cripta delle Nove Croci Greche (rotskerken uit 9e en 10e eeuw).
  • La Vasca Conica (klein, mysterieus meertje).
  • Alberobello en Monopoli (stadjes).
  • Via Traiana (oude Romeinse weg).
  • Grotta di Pietra bij Ginosa (oude grotwoningen).
  • Valleien rondom Castellaneta.

Cripta’s uit 9e en 10e eeuw
Een wandeling langs twee kerken die uit rotsen zijn gehakt. Best bijzonder. Het kost weer de nodige energie om ten eerste het wandelpad te vinden en daarna om de rotsen te ontdekken. Natuurlijk weer achter struiken en half begroeid. Manoeuvrerend door prikstruiken (“au, au, au!”) komen we bij de kerken aan en terwijl we daar in de schaduw uitrusten, lees ik aan Eko alle informatie voor die ik online kan vinden. De kerken zijn privébezit en je moet toestemming vragen aan de eigenaar om ze te bezichtigen. Slik. Ik kan ineens niet meer van mijn koffie genieten. Haha, snel wegwezen.

La Vasca Conica
Een geweldige route dwars door een everzwijnenbos. Er hangt een bord bij de ingang van het wandelpad dat ze gevaarlijk kunnen zijn. De hele route vinden we hun sporen en zijn we op onze hoede. Zelfs zo op onze hoede, dat we een groot gedeelte van de wandeling voor de zekerheid een steen als wapen vasthouden. Haha, als je zo goed voorbereid bent, gebeurt er natuurlijk niets. Wel vinden we stekels van een stekelvarken en zien we een vos lopen. Het laatste stuk is een steile afdaling over rotsen. Het meertje zelf heeft iets magisch. Je vraagt je meteen af of het een oude vulkaan is geweest of dat er een meteoriet in is geslagen. Informatie over het meertje en hoe het ontstaan is, kon ik helaas niet vinden.

Alberobello
Dit stadje wordt in alle gidsen aanbevolen en geprezen en daardoor wordt het ook overspoeld door toeristen. Voor zo’n klein stadje is het echt overdreven druk. We zijn er doorheen gelopen, hebben vanaf een park op hoogte naar de gekte zitten kijken en zijn toen maar weer snel weggegaan. Wat is er dan zo bijzonder aan? De “trulli”, woningen met een puntdak. Het oude centrum heeft er meer dan 1.000. Zeker leuk om een keer te zien, maar je kunt beter een andere plaats kiezen. Er zijn er namelijk meerdere, kwamen we later achter.

Monopoli
Een beetje huiverig gingen we naar Monopoli. Ook deze plaats wordt in de reisgidsen aanbevolen. Toch niet weer zo’n gekte? Nee, totaal niet! Natuurlijk waren er toeristen, maar het is een grotere stad waar je de ruimte hebt en de toeristen zich verspreiden over de stad. Je kunt er heerlijk wandelen over een lager gelegen boulevard, talloze oude gebouwen bewonderen en door de smalle straten slenteren.

Via Traiana
Hier had ik hoge verwachtingen van. Yes, lopen over één van de oudste wegen van het Romeinse Rijk. Maar op de naam na zijn er geen sporen of aanwijzingen van Romeinen. Het is nu een geasfalteerd pad tussen olijfboomgaarden. Het enige bord dat er staat, vertelt dat in het landschap de film Pinokkio (uit 2019) is opgenomen.
Leunend tegen een muurtje van een olijfboomgaard, eten we cashewnoten. “Denk je dat tarantula’s zich ook verstoppen in deze muren?” vraag ik aan Eko. We zien namelijk steeds hagedissen erin wegduiken. “Ja, zeker,” zegt Eko. “En ze komen tevoorschijn als je cashewnoten eet.” 🙂

We verkijken ons op de afstand en om half zeven zijn we pas op de helft. “Straks gaat de zon nog onder,” zeg ik tegen Eko. “Nee joh, die gaat nog lang niet onder.” Voelen jullie de bui al hangen? We zijn dus nog niet terug als de zon ondergaat. Ook deels mijn schuld, omdat ik zo nodig een stuk door een rotsvallei wil lopen met oude olijfboomgrotten. “Laten we maar wat eten halen onderweg naar huis.” Ah mooi, we komen door het dorp Martina Franca en daar hebben ze kebab. Als het maar niet in een druk centrum ligt, denk ik nog. En jawel hoor, dat ligt het wel. En het is er druk! Er is geen parkeerplek meer te vinden, iedereen rijdt rondjes en wij sluiten aan in de files. Met geluk kunnen we de auto kwijt. Werkelijk iedereen is op straat, alsof het hoogzomer is. We bestellen kebab en net als ik me afvraag of ik hier wel kan pinnen, zie ik een bordje “solo cash”. Oh nee. Op zoek naar een bank in het drukke stadje en net op tijd terug als het eten klaar is ;).

Grotta di Pietra bij Ginosa

Voordat we naar de grotten gaan, rijden we langs “de denkende boom”. Een oude olijfboom die waarschijnlijk model heeft gestaan voor de sprookjesboom in de Efteling.
De leukste uitjes zijn die waarbij je geen verwachtingen hebt. Ik had niet alles gelezen over de wandeling naar de grot van Pietra en wist niet dat we na een indrukwekkende rotsgroeve bij een compleet dorp uitkwamen van rotswoningen. Voor de helft opgegraven en het was ontzettend spannend om daar doorheen te dolen. Een beetje het gevoel van Pompeï, maar dan zonder al die toeristen om je heen.

Er was dus helemaal niemand? Nou ja, wel een slang. Hij lag op een rots, lekker vies en zwart te wezen, toen wij om de hoek kwamen. Een paar tellen keken we elkaar aan, die slang en ik (ik liep voorop). Ik greep naar mijn telefoon om een foto te maken en op dat moment begon hij te bewegen. Precies mijn kant op! Ik zweer het, mijn eerste ingeving was hoe ik mijn benen in moest trekken :). Maar op dat moment had Luca het bewegende beest in de gaten en wilde hij erachteraan. Nou, die foto kon ik wel vergeten. Ik moest Luca tegen zien te houden. Gelukkig had de slang niet het plan om ons aan te vallen (waar het op leek), maar was er precies voor onze voeten een hol waar hij in weg glibberde. Pfff, waarom kon dat hol niet de andere kant op liggen? Mijn hart stond wel even stil. Zo’n zelfde slang zagen we een paar dagen later dood op de weg liggen.

Castellaneta
Eindelijk een goed aangegeven wandelroute. Middenin de natuur kun je hier wandelen van vallei naar vallei. Er zijn veel (sporen van) dieren, zoals de stekel van een stekelvarken.

Diamante (wreef van Italië)

We krijgen van de verhuurder een video opgestuurd hoe we bij zijn appartement komen. Natuurlijk rijden we eerst een paar rondjes om het beginpunt van zijn video te kunnen vinden in Diamante. Pauze, start, pauze. Nee, hoe kan dat nou? Bij hem zijn er twee zebrapaden te zien en bij ons niet. Shitzooi. Waarom kon hij geen adres doorgeven? Zoals altijd komt het wel weer goed en vinden we het huis.

Wat we hier gedaan hebben:

  • Muurschilderingen in Diamante.
  • Cascata il Vuglio bij Sangineto (waterval in een grot).
  • Castello del Principe in Sangineto Lido en castello di Cirella (kastelen).
  • Winkelcentrum (een Chinese winkel leegtrekken).
  • Grotta di Ciriaco (nooit bereikt).

Muurschilderingen in Diamante
Op verschillende plekken in de stad zijn ware kunstwerken te vinden.

Cascata il Vuglio bij Sangineto

Een waterval in een grot, dat wilde ik wel eens zien! We hadden geen idee hoe lang we ervoor moesten lopen en namen daarom voldoende thermosflessen en eten mee. Voor het geval de zon weer te snel onder zou gaan en we de nacht in de grot door moesten brengen ;).
Een lachertje, want binnen een kwartier zijn we er al. Wel heel indrukwekkend. Je weet niet waar je moet kijken, overal is iets te zien. En een herrie dat dat water geeft in de grot!

Een stukje actiefilm 🙂

Kastelen
We hebben nog nooit zoveel kastelen gezien als in deze vakantie. In de hele lijn van Luxemburg tot en met hier heeft bijna elk dorp wel een kasteel. Ik vond ze altijd heel bijzonder, maar zo langzamerhand ben ik geneigd de kastelen over te slaan ;).

Winkelcentrum
In alle appartementen, van Zuid-Tirol tot hier, lagen handdoeken die me zo goed bevielen, dat ik ze voor thuis wil. Waarschijnlijk van Italiaanse makelij? Ze lijken op een soort hydrofiele doeken. Lekker licht en drogen snel. Dus toen we een winkelcentrum zagen, moest ik uiteraard een kijkje nemen. De enige interessante winkel was een Chinese winkel. Natuurlijk niet de handdoeken die ik zocht, maar toch de halve winkel leeg getrokken ;).

Grotta di Ciriaco
Soms krijg je tekenen en moet je daarnaar luisteren. Zo ook deze wandeling. Het begint met een lange slingerweg door de bergen naar de start van de route. We slaan af en de wegen worden smaller en slechter. Dan wordt het een zandpad. Nog maar even doorgaan, want het is nog maar 10 minuten. En dan houdt de weg op. Gewoon weg weg. Alleen maar struiken. Omkeren en via een andere route erheen rijden kan gelukkig nog wel.
Dan het volgende. We zijn bijna bij de grotten (misschien weer op 10 minuten afstand) als het wandelpad een rivier wordt. Die hoort daar niet te lopen volgens onze plattegrond. Luca duikt er tevreden in. Bergschoenen uit en erdoorheen waden? Normaal gesproken doe ik dat, maar het is inmiddels al laat en misschien is dit gewoon een tweede teken om de tocht af te breken. Op de terugweg zien we zwarte bijen. In Nederland zijn ze zeldzaam met alleen een kolonie op Texel. Ze houden er niet van om op de foto te gaan. Voor dit plaatje moest ik wel wat moeite doen.

Algehele indruk van hak en wreef van Italië

Wat hier opvalt is al dat afval op parkeerplaatsen en in bermen van wegen (zelfs snelwegen!). Net als op Sicilië kun je hele vuilnisbelten vinden op vluchtstroken. De rit naar Massafra gaat dan ook een paar keer bijna mis. Eerst valt er een pyloon van een vrachtwagen en kan Eko nog ontwijken (oké, dat is geen zwervend afval, maar nalatigheid van de bestuurder). Later moet ik zigzaggen over de snelweg om het afval te ontwijken dat door de wind rond is gaan zwerven. Levensgevaarlijk! Soms lijkt het net op zo’n computerspel waarbij je met een raceauto over een weg rijdt en steeds obstakels en gaten in de weg moet omzeilen. Het afval schijnt een groot probleem te zijn in Italië. Als je zoekt, vind je daar in 2007 al nieuwsberichten over. Wat er niet bij staat, maar wel rondzingt, is dat het maffia-gerelateerd is.

Ander opvallend gegeven is dat het net is alsof je veertig jaar te laat komt. Je ziet hoe mooi het ooit is opgezet voor toeristen, met informatieborden, bewegwijzering en soms zelfs ticketstations. Maar alles is vergaan, bijna vergaan en verlaten. Toeristische hoogstandjes zoals archeologische vindplaatsen zijn gesloten en je moet zelf een zeis meenemen om de begroeiing van wandelpaden weg te hakken. Er zijn nog talloze plekken waar je alleen met cash kunt betalen, soms bedoeld, maar soms ook onbedoeld. Bij vertrek van de camping bijvoorbeeld, kreeg de campingbaas geen connectie met internet en konden we niet pinnen. Met moeite schraapten we 90 euro contant geld bij elkaar (voor 5 nachten, niet duur).

En hoe is het mogelijk dat campings nog gesloten zijn, hotels leeg staan en stranden lijken op die van onbewoonde eilanden? We zijn hier medio mei, het zonnetje schijnt en het is 25 graden. Het lijkt erop dat alleen het hoogseizoen vol stroomt. Aan de prijzen kan het niet liggen, want het is spotgoedkoop.

En dan nog de stadjes die op, tegen, naast en zelfs onder rotsen zijn gebouwd. Geen idee hoe ze het doen, maar Italianen zijn heel creatief in de bouw :).

Update over Luca
We zijn een paar weken verder en wat merken we aan Luca? Hoe vindt hij deze reis, wat vindt hij leuk en wat een no-go?

  • Constatering nummer 1: Luca is geen wandelaar.
    • Welke hond houdt nou niet van lopen? Kom op, afstammeling van de wolf en die doorkruisen half Europa! We merken het aan zijn gesjok, soms niet uit de auto willen (nee, gaan jullie maar, ik blijf wel hier op jullie wachten) en het ergste is als we afdalen van een berg. Dan staat hij echt letterlijk op de rem alsof hij wil zeggen: “Weten jullie wel dat we straks ook weer naar boven moeten klimmen?” Hij heeft dus vaak wat aanmoediging nodig en veel rusten. Dat is uiteraard oké, want dan kunnen we meteen een bakkie doen ;).
  • Constatering nummer 2: Samen uit, samen thuis is Luca’s slogan.
    • Hij is ontzettend beschermend en waaks en probeert steeds de “roedel” bij elkaar te houden. Als iemand even achterop raakt, om een foto te maken, dan blijft hij meteen stil staan en weigert door te lopen. Dat is soms lastig als we bijvoorbeeld afspreken dat ik boodschappen ga doen en Eko alvast terug naar het appartement gaat met Luca. Dat kunnen we vergeten, want Luca zet al zijn remmen in.
  • Constatering nummer 3: Luca houdt net iets meer van de camping dan van een appartement.
    • Het verschil is wel klein, hoor. Hij duikt namelijk heel erg graag op een bank. Luca’s ideaal is eigenlijk een camping met een bank :).