Route 77 – Week 5

De laatste week in Italië, met een mini-roadtrip door het zuiden (de zool en de tenen).

Als standplaatsen hebben we:

  • Een camping in Badolato (oosten).
  • Een appartement in Bova Marina (zuiden).
  • Een appartement in Brattirò (westen).
  • Een appartement in Sibari (noorden).

Badolato

Avonturen op de camping
We hebben het weer voor elkaar: een bijzonder avontuur op de camping. Stel je een camping voor met zowel aan de straatkant als de zeekant een gesloten hek en een receptie (direzzione) met dichte luiken. Daartussen is ruimte voor 70 tot 100 kampeerders waar wij het hele pinksterweekend moederziel alleen staan. Geen toeristen, geen campingbeheerders, helemaal niemand. Ik kan je zeggen dat het een hele rare ervaring is om alleen op een camping te staan (beetje spooky).

Als we aankomen, weten we dat uiteraard nog niet. De eigenaar is dan nog aanwezig en maakt speciaal voor ons twee douches gebruiksklaar (de rest is nog afgesloten). “Niet bang zijn in de nacht, als je geluiden hoort,” zegt hij. “Dat zijn wilde everzwijnen. De hekken moeten daarom gesloten blijven.” Om 16.00 uur gaat de campingbaas naar huis en sluit hij alle hekken. Hij heeft blijkbaar een vuur gemaakt naast de camping om snoeiafval te verbranden, want al gauw komen de dampen ons tegemoet. Zal zo wel doven. Mooi niet! Er komt steeds meer rookvorming en de hele camping staat blauw. Klotezooi! Lekker buiten zitten is anders. Het smeulende vuurtje wordt weer een fik door de wind die ermee speelt. Ik zit niet lekker meer en ga regelmatig kijken of het wel goed gaat. We staan onder gortdroge bomen die graag een vlammetje opnemen. Ook Eko, normaal gesproken toch wel de koele kikker, komt kijken. Nou…als hij het al niet meer vertrouwt…. Pas na middernacht lijkt het wat rustiger te worden en durf ik naar bed.

We liggen in onze slaapzak en ik vraag aan Eko of hij lekker ligt. “Ja, behalve dat hoofdkussen. Als je een dotje watten pakt, lig je hoger.” Terwijl we giechelen, horen we gemorrel aan de tent. Ik zit meteen stijf van de schrik overeind. Everzwijnen? Het klinkt een beetje zoals Luca die een poot geeft tegen het tentdoek. “Luca?” Rits van binnentent open. Luca ligt niet in de voortent. Huh? Rits van de buitentent open. En ja hoor, Luca springt paniekerig naar binnen. Waarschijnlijk was hij onder het tentdoek gekropen en wist hij niet meer hoe hij terug moest komen. De wroetende everzwijnen horen we die nacht overigens wel, net als onze geliefde dwergooruilen.

De camping zelf is weer eenvoudig te noemen met ook de nodige ranzigheid, want als ik gewoon koud water wil tappen, sputtert er bruin water uit de kraan. Maar verder een prima camping, hoor ;). Het was in ieder geval heel erg leuk om met de deur open te douchen met uitzicht op het hele kampeerterrein en de zee ;).

Wat we hier gedaan hebben:

  • Molen en bron in Satriano (niet doen, gewoon overslaan).
  • Liefdesterras in Soverato (ook links laten liggen).
  • Archeologische vindplaats Caulonia in Monasterace (wel aardig).
  • Byzantijnse kerk en kasteel in Stilo (fantastisch).

Molen en bron in Satriano
Ik heb mijn zinnen gezet op de mooie vallei van Satriano. Als we erheen rijden, staan er verbodsborden met de tekst “causa frana”. Mogen we hier wel rijden? Even snel opzoeken wat het betekent.

De vertaling van Google is wat krom, maar aardverschuivingen klinkt spannend genoeg. We rijden voorzichtig verder, hoger en hoger over de slingerende weg. Dan volgt nogmaals het bord. Oh, alleen verbod voor vrachtwagens. We doen niets illegaals ;). Maar het is wel tricky, want er liggen steeds meer rotsblokken op de weg. Zware vrachtwagens trillen te veel, maar wij zijn ook niet bepaald licht beladen. Luca, niet springen op die achterbank!

Vanuit Satriano hebben we een mooi uitzicht op de vallei, maar wandelpaden ho maar. Even een ontbijtje naar binnen proppen en plan B bedenken.
Het wordt de “mulino ‘do canturi”, een van de vele oude molens die heel ingenieus water door het dorp leiden. Laten we dan ook maar eens kijken waar dat water vandaan komt. Er zal toch niet iemand bovenop de berg staan die een kraantje bedient? (“Demis, zet die kraan maar open, er komen weer toeristen aan!”) De “cascatella” is amper de moeite waard.

Liefdesterras in Soverato
Nee, dan het liefdesterras in Soverato. “Terrazo dell’amore” klinkt interessanter dan het is. Gewoon een stuk gras, wat planten en een paar bankjes. Je hebt dan wel uitzicht op het dorp, maar ook dat stelt niets voor.

Alleen dit bankje is er ondersteboven van ;).

Archeologische vindplaats Caulonia in Monasterace
We volgen de bruine bordjes naar de archeologische vindplaats. Hekken gesloten. Natuurlijk, what’s new? Volgens andere bezoekers is de vindplaats al ruim een jaar gesloten. Reden onbekend. We geven niet op en lopen over het strand. Na wat klimwerk kunnen we toch over de hekken kijken. En jullie nu ook 😉

Byzantijnse kerk en kasteel in Stilo
Laat ik nou een Fiat Stilo hebben gereden zonder te weten dat het een mooie plaats in Italië is. We komen er voor de Byzantijnse kerk, een plaatje dat ik uit een National Geographic heb geknipt. Die kerk hoort bij een pittoresk dorp waar nog veel meer te beleven valt. Het is Pinksteren, dus alle kerken in het dorp zitten vol als we arriveren.

We laten de auto achter in het dorp en klauteren omhoog naar de kerk. Daar zitten we op een bankje bij te komen als we de maffia zien. Ja, echt! Er rijden twee Mercedessen langs. We zitten in een doodlopende straat, dus het is al vreemd dat ze heen en weer rijden door die straat. Ze kijken dreigend rond, toeteren en zwaaien naar mensen en uit het open raam klinken smartlappen. Ik wist niet eens dat het bestond! Het klinkt zoals André Hazes, maar dan in het Italiaans.

Als we de kerk hebben bezocht (met nog redelijk intacte fresco’s van binnen), zien we een bord door een bos. Hey, wat leuk, het pad gaat naar een kasteel. Zullen we? Oef. Dat valt tegen. Steil klimmen, in de hitte en ik heb geen bergschoenen aangetrokken (stom, stom, stom).

Het is wel een mooi Normandisch kasteel en we zien een herfstvuurspin. Daar had je vast nog nooit van gehoord. Nou, wij ook niet, was even zoeken wat we gefotografeerd hadden ;).

Bova Marina

In het zuiden van Italië hebben we het volgende gedaan:

  • Stranden van Locri en Africo (het eerste mooi, het tweede vies).
  • Villa Romana di Casignana in Bovalina (geweldig).
  • Calanchi Bianchi di Palizzi (fascinerend).
  • Het zuidelijkste punt van Italië (niet doen, zonde van je tijd).
  • Kloof en oude brug in Bova Marina (mooi).
  • Spookstad Pentidattilo (verrassend mooi).

Stranden van Locri en Africo
Wat een tegenstelling! Beide stranden worden als “bezienswaardigheid” gemarkeerd, maar alleen Locri verdient die eer. Een brede boulevard met ernaast een palmbomenbos (“La Pineta”) en daarachter een wit strand met blauwe zee. Hoezee! Het strand van Africo daarentegen, “Scogliera di Africo”, is typisch zo’n strand waar men heen gaat om vuilnis te dumpen. Ik ga jullie netvliezen niet vervuilen met een foto daarvan ;).

Villa Romana di Casignana
Yes, yes, yes! Dit is iets wat je moet zien. Wij arriveren om 12.45 uur, terwijl het eigenlijk om 13.00 uur sluit. Toch neemt de beheerder alle tijd en legt hij rustig in het Italiaans uit wat we allemaal zien. We zijn terecht gekomen bij een villa uit de Romeinse tijd waar een belangrijke familie woonde. Ze hadden zelfs een privé badhuis. Overal zijn mozaïekvloeren gevonden en er is nog maar 20% opgegraven. De beheerder laat met een plantenspuit de kleuren zien. Ze zijn namelijk aangetast door het zoute water, waardoor ze dof zijn geworden.

Calanchi Bianchi di Palizzi
Op internet zagen we al dat het moeilijk te bereiken is, dus we zijn niet verrast als we rondjes moeten rijden om de “ingang” te vinden naar dit natuurverschijnsel. Het is alle moeite meer dan waard! Wat een fascinerend landschap.

Zuidelijkste punt van Italië
“Il punto piu a Sud d’Italia”, daar moet je toch eenmaal in je leven geweest zijn. Het leuke is dat mijn dochter op dat moment op Malta is (aan de noordkant) en we naar elkaar kunnen zwaaien. Verder is het vooral een plek om zo snel mogelijk voorbij te rijden. Op het punt staat een huis met wel 80 honden. En al die 80 honden starten met blaffen als ze Luca zien.

Kloof en oude brug in Bova Marina
Totaal geen informatie over te vinden, maar ontzettend mooi om zelf op onderzoek uit te gaan. Laat dat maar aan ons over! Ondertussen is Eko net zo fanatiek geworden als ik als het om bijzondere ontdekkingen gaat. We volgen een zandpad (wat in Italië altijd een rotspad is) naar de “Ponte di Pricoderi”, een oude brug. Daar lopen we random de kloof in en vergapen ons aan de natuur die zomaar voor het oprapen ligt. Letterlijk trouwens, want ik neem altijd een steentje mee als aandenken ;).

Spookstad Pentidattilo
Terwijl we naar ons volgende verblijf rijden, zie ik op de kaart een spookstad. Yes! Ik ben gek op verlaten stadjes. Daar moeten we heen. Pentidattilo is compleet anders dan verwacht. Geen verlaten spookstad, maar een toeristisch dorp met schattige straten en veel bezienswaardigheden.

Brattiro

We zijn omhoog gekropen naar de westelijke kant en belanden in Brattiro. Een luxe appartement waar Luca wel raad weet met de balkonmuren :).

Hier bezoeken we:

  • Aquaduct of Spilinga (gaaf).
  • Tropea (toeristisch, maar leuk).

Aquaduct di Spilinga
Dit aquaduct ligt gewoon langs de weg. Een favoriete plek om zelfmoord te plegen, zo blijkt als we de herinneringsmonumenten zien van jonge mensen die hier overleden zijn. Nou, laten wij er dan ook maar bovenop klimmen. Dat is uiteraard niet de bedoeling en we moeten wat moeite doen. Toch wel confronterend om te merken dat ik meer moet doen aan krachttraining ;).

Tropea
Dat Eko niet gek van mij geworden is, is een wonder. Ik wilde graag Tropea bezoeken en had steeds het nummer van Gerard Joling in mijn hoofd: “Ticket to the Tropics.” Dat moet dan ook steeds keihard worden gezongen ;). Waarschijnlijk een tic van me, maar ik heb altijd associaties met (stukken van) songteksten.
Tropea is echt een plaats waar de Duitse toeristen te vinden zijn. Hier hebben we warempel ook een paar Nederlanders gehoord. Een mooi stadje op een berg, met maar liefst twee stranden en een geliefd wandelpad dwars door de plaats heen.
Eerst wandelen we in een buitenwijk naar een uitzichtpunt op de stad.

Daarna klimmen we naar het centrum.

Om vervolgens te genieten van het uitzicht.

En even langs de stranden waar we, warempel (!), voor het eerst mensen op zien liggen.

Sibari

We maken een tussenstop in Sibari om de afstand tot Brindisi te overbruggen. Vanaf daar vertrekt vrijdagavond 24 mei de boot naar Griekenland (yes). Sibari is een verrassing. Er zijn natuurlijke stranden, d.w.z. dat er geen ligbedden, douches of strandtenten te vinden zijn. Sterker nog, er staat een bord met de waarschuwing dat het niet geschikt is voor kinderen. Dat vindt Luca ook, want hij weigert de zee in te gaan ;). Hier zien we ook flamingo’s vliegen :).

Verder hebben we drie archeologische vindplaatsen bezocht tussen Sibari en Brindisi:

  • Sybaris (leuk en klein bedrag voor entree).
  • dell’Area Urbana di Metaponto (viel tegen, klein bedrag voor entree).
  • Tavole Palatine (leuk en gratis).

Eko is dol op (het fotograferen van) bloemen. Ieder z’n tic ;). Die zijn uitbundig aanwezig in de natuur.

Dus ik helemaal happy naar hem roepen op het strand: “Hey, heb je deze al?” Je moet elkaar toch een beetje helpen. Wat denk je dat hij zegt? “Nee, die hoef ik niet, die is lelijk.” Hahaha, hoe kan dit nou lelijk zijn? Ik vind hem geweldig!

Algehele indruk van Italië

We kunnen veel over Italië zeggen en hieronder som ik wat bijzonderheden op die ons op zijn gevallen, maar stiekem ben ik heel veel van Italië gaan houden. Ik ben oprecht een beetje verdrietig als we op de boot naar Griekenland stappen. Wat een mooie tijd hebben we hier beleefd!

Alle wegen leiden naar Rome?

Vanaf het midden van Italië en in heel het zuiden hebben we gezien dat niet alle wegen naar Rome leiden, maar naar Reggio C. Nee, dat is niet een crimineel, maar een stad in het zuiden van Italië. Over criminaliteit gesproken: dat lijkt niet te bestaan in de buitengebieden. Alles gaat op basis van goed vertrouwen en dat is prettig. Italianen zijn een stuk relaxter dan ik had verwacht. Net als het opvolgen van regels (zie verderop).

En dan toch autoschade…
We hebben steeds goed opgelet op de wegen: gaten ontwijken, zwervend afval omzeilen, geen dieren aanrijden (koeien op de weg, je kent het wel). En dan gaat het toch nog mis op de laatste dag dat we in Italië zijn. In een tunnel staat een auto met een boot op oplegger stil aan de kant van de weg. De bestuurder loopt om de boot heen, controlerend of alles er nog aan zit. Nee dus. Op dat moment stuitert er een onderdeel onder onze auto. Geen idee wat het was, maar ik hoop dat we het ding vermorzeld hebben! $%*#%%^ (vloeken op z’n Kuifjes). We schrokken ons dood. Een paar krassen aan de zijkant erbij.

Aan regels doen we niet
Zoals wij rijden in Italië, zouden we in Nederland al lang ons rijbewijs zijn kwijtgeraakt. Mijn god. Er staan soms borden met een maximum snelheid van 40 km/uur op de snelweg in verband met werkzaamheden, maar iedereen raast er met minimaal 110 km/uur voorbij. Het is levensgevaarlijk om dan 40 te gaan rijden, dus zelfs ik heb de pin ingeduwd tot 90 km/uur. Hetzelfde geldt voor doorgetrokken strepen. Gewoon inhalen. Maakt allemaal niet uit. Degene die ingehaald wordt, gaat gewoon een beetje opzij (op de vluchtstrook), past gemakkelijk. Verbazingwekkend hoe snel je dat soort gewoontes overneemt en meedraait als een echte local. Trouwens, onze navigatie-apparaten snappen het ook niet helemaal. Die van de auto kan als maximumsnelheid 50 aangeven, terwijl Google Maps 90 zegt (en andersom). We doen dus maar wat ;).

Veel politiecontroles
Wat wel opvalt, is dat er overal politie te vinden is. Ze patrouilleren veel, rijden door dorpen en we zien ze zelfs over de camping rijden om de toeristen te tellen.

Cash bij je hebben is essentieel
We zijn in Nederland zo gewend aan pinbetalingen, dat ik bijna nooit contant geld op zak heb. Hier stuiten we vaak op situaties waarin alleen contant geld geaccepteerd wordt (hotel, supermarkt, camping, museum).

Laat maar liggen
In Italië laat je alles liggen. Dat leidt ook tot veel “roads to nowhere” (trouwens een nummer van de Talking Heads, ik zit alweer te zingen ;)).

Volgende week meer over Griekenland! Tzatziki, souvlaki, sirtaki (met Eki en Loeki)….