Mijn dwarsligger

Mijn dochter Julienne was een stuitligger, zo eentje die liever met de beentjes de wereld in stapt. Zij zorgde voor een bevalling die op alle fronten afweek van de standaarden. Mijn dwarsliggertje. Vandaag precies 20 jaar geleden.

Een bloedbad

In de nacht van vijf op zes mei 2006 werd ik wakker in een bed vol bloed. Vliezen gebroken. Mijn partner was volledig in paniek. Alle papieren vlogen door het huis, op zoek naar het telefoonnummer van de verloskundige. (Een mobiele telefoon hadden we nog niet in die tijd.)

Ze dacht dat ze dood was

De verloskundige keek bedrukt. Zoveel bloed was niet normaal. ‘Ik ga even naar de baby luisteren.’ Ik zag de paniek in haar ogen. Ze dacht dat Julienne dood was. Belachelijk. Ik wíst dat ze leefde.

Zelf rijden naar ziekenhuis

In films zie je een vrouw puffend achterin de auto liggen. Zo ging het niet. Ik pakte een klein tasje in, trok mijn jas aan en reed zelf naar het ziekenhuis. Er was geen pijn, angst of paniek. Het was tegen zes uur in de ochtend en de vogels floten. 

Test na test

Ook in het ziekenhuis was iedereen gealarmeerd. De baby leefde nog, maar maakte zij het wel goed? Er werden testjes gedaan. Een naald in mijn urinebuis, waarom weet ik niet meer, maar dat deed meer pijn dan de hele bevalling bij elkaar. Ze probeerden ook met een naald in het hoofd van de baby te prikken om bloed af te tappen. Dat mislukte. Achteraf gezien niet vreemd, want Julienne lag in een stuit en ze prikten niet in haar hoofd, maar in haar billen. 

Stiekeme stuitligging

2006 was niet in de oertijd, zou je denken. Toch had niemand door dat de baby verkeerd lag. Dat besef kwam later, toen ze toch maar even een kijkje gingen nemen via een echo. Het ziekenhuis schrok zich rot. Een keizersnee was het verplichte protocol. Een stuitbevalling was levensgevaarlijk.

De gynaecoloog had mijn toestemming nodig voor de operatie. Die kreeg ze niet van mij. (Misschien ben ik stiekem ook wel een dwarsligger.) Het drong niet tot me door, omdat ik al stiekem lag te bevallen. Ik had steeds zo’n rugpijn en kon niet staan, zitten of liggen. Niemand wist dat ik al tien centimeter ontsluiting had.

Stiekeme bevalling

Toen ik maar bleef bewegen en de zuster helemaal gek van me werd (de dopjes op mijn buik vlogen er steeds vanaf), controleerde ze mijn ontsluiting. Toen brak pas echt de paniek uit. ‘Mevrouw Degreef, u ligt al stiekem te bevallen.’ Daar gaan we weer, dacht ik. Hoeveel paniek kan er zijn? Ik denk dat ik de enige koele kikker was op die dag.
Een operatie was niet meer mogelijk. Dat was wat hen angstig maakte. Wist ik veel dat ik niet de enige was die geen ervaring had met zo’n bevalling.

Iedereen kwam kijken naar mijn kut

Als het halve ziekenhuis in je kut wil kijken, dan zeg je toch “ik pas”? Dieren zonderen zich niet voor niks af als ze gaan baren. Je wil je concentreren. Ik zag alle stagiaires, artsen en zusters met hun blikken gericht op mijn onderlichaam. Niemand had ooit een stuitbevalling meegemaakt. Ik heb het naderhand opgezocht. 185.000 kinderen zijn in 2006 geboren. Daarvan zijn er circa 1.000 op natuurlijke manier gebaard (0,5%).

Bevalling was pijnloos

Het gekke was, dat ik niets voelde van de bevalling. Er komen blijkbaar hormonen vrij (endorfine). Ook dat zie je niet in films. Daar zit het wijf te schreeuwen als een speenvarken. 
Fijn, kun je denken, maar het was wel verdomde lastig. Als je geen gevoel hebt, kun je ook niet persen. 

Ze praten over mij, niet met mij

Het meest hinderlijke was, dat er niet met mij, maar over mij werd gesproken. Als de gynaecoloog had gezegd: ‘Mevrouw Degreef, u moet nu echt gaan persen,’ dan had dat geholpen. In plaats daarvan gaf ze een lezing aan de stagiaires. ‘Wat je altijd ziet, is dat het een gevecht is tussen moeder en kind.’ 
Dat vond ik zo bizar en zo onwaar, dat ik een poging deed om te persen. Maar je weet niet wat het is en hoe het voelt. Het is hetzelfde als iemand zegt: ‘Ja, nu even fierljeppen’. Of: ‘Maak maar een zijwaartse salto.’ En dan ook nog met een verdoofd onderlichaam. 

Kind niet aanraken!

Het meest verontrustende moment was voor mij overigens toen de gynaecoloog zei: ‘Dadelijk als het kind verschijnt, mag je het niet aanraken. Als je dat wel doet, kan de baby schrikken en stikken. We laten het kind er gewoon uitvallen en vangen het op.’ 
Toen snapte ik ineens waarom dieren zich afzonderen en alles alleen doen. Al die omstanders die de boel kunnen verzieken….

En weer die paniek om niets

Julienne kwam ter wereld en werd meteen weggegrist. Ze maakten haar longen schoon, schermden haar goed van mij af (wat ik heel vreemd en irritant vond) en namen haar mee naar de couveuseafdeling. Ik lag alleen. Nog altijd vroeg ik mij af waarom iedereen zo in paniek was. De volgende dag bleek dat Julienne sterk was en haar lichaam zelf goed op temperatuur kon houden. 

Ineens is ze twintig

Mijn dwarsliggertje en ik begonnen aan onze reis samen. En ineens is ze twintig.
Geen moment, vanaf het allereerste bloed tot aan de geboorte, heb ik een moment angst gevoeld. Wel heeft dit mijn beeld van de zorg aardig op zijn kop gezet. Ze hebben het beste met je voor, maar weten lang niet altijd wat het beste voor je is. Dat zijn echt twee verschillende werelden. En ze maken fouten. Veel fouten.

Wijze les

De wijze les die ik hieruit heb getrokken en aan iedereen mee wil geven: 
Volg je intuïtie, je bent de gids van je eigen leven

Zo, lekker zweverig eindigen dit aardse verhaal 😉 .

admin Geschreven door:

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *